zondag 18 november 2012
De ochtendstond
Zaterdagochtend wilde ik bevroren druppels fotograferen. Ik hoopte ze te vinden bij De Braak, maar daar was niets te zien en dus moest ik snel op zoek naar een onbeschutte plek. Bij Friese Veen lukte het wel terwijl de zon al ras begon te klimmen. Ik dook snel op het eerste de beste bevroren stukje - geen geduld om nog even verder te kijken. De beste druppels zaten diep verscholen in het gras. Alles wat hoger hing was alweer aan het ontdooien.
Deze winter wil ik daar toch een hele mooie foto van zien te maken. Wat heet: een koud kunstje!
En als je dan toch met natte knieën in het gras ligt... wat een eigenaardige hobby is dit toch.
De volgende stop was het dikkopmos - het groeit overal en heeft verse sporenkapsels. Dit kapsel draagt nog een huikje; het dunne vliesje dat er half af hangt.
Deze is zijn huikje zojuist verloren. Het hangt nog wel aan de steel en wappert vrolijk in de wind. Mossen met een beetje tegenlicht zijn net lampjes.
Dit is waarschijnlijk gesnaveld klauwtjesmos. Het deksel bevat een lange punt - de snavel. Al zie ik niet echt klauwtjes aan het groen eromheen...
Als het deksel eraf valt worden de peristoomtanden zichtbaar. Bij droog weer buigen ze naar buiten en kunnen de sporen verwaaien. Dit mos is heel pietepeuterig. Als je op de foto klikt zijn de tandjes net zichtbaar.
Vorig jaar heb ik me een beetje verdiept in mos. Voor beginners is de Fotogids Mossen een aanrader. Al moet ik zeggen dat ik wel een beetje determineer met de franse slag... Het gaat me vooral om de mooie structuren. Ze zijn zo sierlijk. Heerlijk om naar te turen met je macrolens!
zondag 11 november 2012
Ratjetoe
Op zondagmorgen heb ik wel vaker dit dilemma: uitslapen of snel het bos in... Vanochtend koos ik voor het eerste maar kreeg om elf uur toch de kriebels. Tegen mijn verwachting in (ik had toch beter moeten weten!) bleek er van alles te beleven en kwam ik tijd tekort... want voor een goede foto moet je toch echt wel even je best doen.Het paddenstoelenzoeken zit er nog steeds een beetje in. Voor ons is het al jammer, maar hoe moet het zijn voor de slakken? Die lusten er wel pap van en moeten nu ook op zoek naar iets anders.
De suikermycena's (Mycena adcendens) zijn er weer! Het zijn paddenstoeltjes van 1-2 millimeter die op de (bemoste) bast van een boom groeien. Welke boom dit is weet ik niet (hoe suf is dat?!). Het is een hele uitdaging om ze goed op de foto te krijgen en ik moest het even proberen. De komende weken ga ik zeker nog een paar keer in de herkansing.
Voor voldoende scherpte zet ik mijn camera tegenwoordig op een pittenzak, stel scherp via het live-view scherm en gebruik de zelfontspanner (2 sec). Ik heb geen draadontspanner en zo gaat het eigenlijk prima. Staat mijn onderwerp iets hoger dan zet ik de zak op de fototas. Zo kom ik een heel eind. Daarom zocht ik een paddenstoeltje dat onderop de stam groeide. Ik wilde graag natuurlijk licht gebruiken. Ik hoop deze winter een sfeervol plaatje te kunnen maken. Misschien moet ik een list verzinnen...
Vandaag kwam ik er pas laat achter dat er ook nog mooie druppels in het gras hingen. En dat terwijl ik mijn ogen nooit van de druppels kon afhouden! Er was geen wind en met de pittenzak als wapen waren de omstandigheden ideaal... Dat wordt helemaal een feest als ze straks halfbevroren zijn.
Verder zag ik op een afgevallen beukenblad dit hele kleine hulsje (3 mm). Je kunt een klein gaatje zien zitten... Rara, wat is hier uitgekropen? Kenmerkend zijn de puntjes op dit hulsje. Was het een spinnetje?
En ik vond ook nog dit structuurtje. Het is het galappeltje van de beukengalmug (Hartigiola annulipes).
Geen foto's om boven het bed te hangen, maar ik heb me wel weer vermaakt.
zondag 4 november 2012
Alles gaat voorbij
Het verschil met vorige week was enorm! Het rondje (4 kilometer) ging ook aanzienlijk sneller. Het is even wennen om de blik weer te verruimen en te zien wat er verder nog is (druppels en mos en meer druppels). Het mooie van paddenstoelen is wel dat je op je gemak van alles kunt proberen. Het enige probleem is dan nog dat het licht verbazend snel van plek veranderd. Maar ja... je kunt niet alles hebben!
Ik vond zijn opgekrulde hoedje zo mooi. Ik hoopte steeds een teer inktzwammetje te zien, maar ik liep kennelijk op de verkeerde plekken te speuren. Deze mycena stond, heel handig, op een liggende boomstam.
Nog een keer met een iets groter diafragma. En ik had natuurlijk nog tig andere foto's gemaakt.
De meeste paddenstoelen waren afgelopen week vergaan tot bruine prut, maar deze doet het met stijl.
Schelpzwammetjes op een los stukje hout. Ze laten zich makkelijk onder de hoed kijken. Mooi hoe de plaatjes zijn gerangschikt. Ik denk dat dit de dennenschelpzwam is (Pannellus mitis). De hoed was als rubber uitrekbaar - een kenmerk van dit zwammetje.
De paardenhaartaailingen (Marasmius androsaceus) zag ik dit jaar voor het eerst - ze waren er vast wel, maar mijn oog was er nog nooit op gevallen. En nu zie ik ze overal! Zo gaat dat vaak. Hier ben ik even goed voor gaan zitten. De zon was inmiddels verdwenen, zodat het licht mooi diffuus was.
Ze groeiden op een stukje losse bast en waren makkelijk van positie te veranderen.
En wat uitgeprobeerd met een kleurtje erachter.
Het volgende project dient zich alweer aan: mos... met sporenkapsels.... en drúppels!
En druppels aan gras....
En ook dit jonge dennenboompje/larixje weet er wel raad mee.
Ben benieuwd wat zich volgende week aandient. In geval van nood kan ik altijd nog korstmossen gaan zoeken. Ik heb er al een boekje van...
zondag 28 oktober 2012
Hoe de honingzwam...
... aan zijn naam kwam. Het 'hoe' weet ik niet, maar misschien zag de naamgever wel hetzelfde als ik. Eigenlijk dacht ik dat dit een vlamhoed was. Thuis kwam ik uit op een honingzwam en dat vond ik wel grappig, want ik kreeg ontzettend honger van dit plaatje. Het bos stond gisteren trouwens helemaal vól met honingzwammen. Waar je ook keek: dikke bundels.
Paddenstoel, inderdaad. Alleen is in dit geval de pad een vlieg.
Dit is een amethistzwam. Hij behoort tot de fopzwammen die grove plaatjes hebben.
Een eindje verderop vond ik er nog een - maar dan met een lichte bovenkant.
Deze bekerzwammetjes stonden op een vrij kale vlakte en het is een wonder dat mijn oog erop viel. Het was nog een toer om er een nette foto van te maken omdat de zon er net bij kwam en ik ook nog een schaduw moest creëren. Ze waren misschien 1-2 centimeter in doorsnede. Door de lens en op de foto lijkt alles veel groter dan het is en dat maakt dat ik zelf later soms het verkeerde beeld heb. Welke soort het is durf ik niet te zeggen.
Ook heb ik me gestort op de geweizwammetjes (figuurlijk dan... en letterlijk waar ik het niet doorhad....). Zij stonden er ook bij bosjes. Ik wilde een mosje wegplukken (die komen straks weer aan de beurt!) toen er een wolk wit poeder loskwam. Ik vind ze prachtig met hun armen wild in de lucht.
Vaak plakt er ook nog ergens een druppeltje aan.
Aan het einde van mijn ronde kwam ik er ineens achter hoe je een prachtige vurige achtergrond kunt krijgen bij deze tere paddenstoeltjes. De camera zag de kleuren anders dan ik en zo werd de warmbruine achtergrond, gevormd door honingzwammen, nog veel warmer. Het 'kijken met de ogen van de camera' geldt ook voor kleur. Dat me dat nog nooit eerder was opgevallen! Iets om beter op te letten en meer mee te spelen. De puf om er veel werk van te maken was er echter niet meer.
Het bovenste plaatje is in werkelijkheid ook minder rood. Al maakt het ook wel uit op welk scherm je het bekijkt. Afijn... het vriest nu 's nachts en ik vraag me af hoeveel paddenstoelen er volgende week nog staan. Deze maand heb ik er in ieder geval van genoten. Het is prachtig spul en het groeit werkelijk overal op.
Paddenstoel, inderdaad. Alleen is in dit geval de pad een vlieg.
Dit is een amethistzwam. Hij behoort tot de fopzwammen die grove plaatjes hebben.
Een eindje verderop vond ik er nog een - maar dan met een lichte bovenkant.
Deze bekerzwammetjes stonden op een vrij kale vlakte en het is een wonder dat mijn oog erop viel. Het was nog een toer om er een nette foto van te maken omdat de zon er net bij kwam en ik ook nog een schaduw moest creëren. Ze waren misschien 1-2 centimeter in doorsnede. Door de lens en op de foto lijkt alles veel groter dan het is en dat maakt dat ik zelf later soms het verkeerde beeld heb. Welke soort het is durf ik niet te zeggen.
Ook heb ik me gestort op de geweizwammetjes (figuurlijk dan... en letterlijk waar ik het niet doorhad....). Zij stonden er ook bij bosjes. Ik wilde een mosje wegplukken (die komen straks weer aan de beurt!) toen er een wolk wit poeder loskwam. Ik vind ze prachtig met hun armen wild in de lucht.
Vaak plakt er ook nog ergens een druppeltje aan.
Aan het einde van mijn ronde kwam ik er ineens achter hoe je een prachtige vurige achtergrond kunt krijgen bij deze tere paddenstoeltjes. De camera zag de kleuren anders dan ik en zo werd de warmbruine achtergrond, gevormd door honingzwammen, nog veel warmer. Het 'kijken met de ogen van de camera' geldt ook voor kleur. Dat me dat nog nooit eerder was opgevallen! Iets om beter op te letten en meer mee te spelen. De puf om er veel werk van te maken was er echter niet meer.
Het bovenste plaatje is in werkelijkheid ook minder rood. Al maakt het ook wel uit op welk scherm je het bekijkt. Afijn... het vriest nu 's nachts en ik vraag me af hoeveel paddenstoelen er volgende week nog staan. Deze maand heb ik er in ieder geval van genoten. Het is prachtig spul en het groeit werkelijk overal op.
zondag 21 oktober 2012
Ouderwets genieten
Vrijdagmiddag vlak voor zessen kon ik nog net een nieuwe pittenzak bemachtigen. Ik stond helemaal op scherp voor de paddenstoelen. Om weer eens te kijken in een echt bos, reed ik gisteren naar Drouwen (Boomkroonpad) en volgde de paarse paaltjesroute (heide en vennen). Al met al heb ik vijf uur gedaan over een paar kilometer. Het bos was voldoende open om het licht door te laten en er lag veel dood en vermolmd hout. Voortdurend liep ik van het pad af. Dat een spekzwoerdzwam (Merulius tremellosus) zo mooi was wist ik niet. Deze foto is een echte macro want de structuurtjes zijn klein. Mijn dag was alweer goed!
Terwijl ik her en der in het bos geknield zat, liepen er hordes families met jonge kinderen voorbij. Meerdere malen hoorde ik uit de verte: "Papa, wat doet die meneer daar?...". Gelukkig zien ze nog wel dat ik een foto aan het maken ben. Ik doe dan net alsof ik heel goed bezig ben, al geneer me wel een beetje.... maar dat mag de pret niet drukken.
De pittenzak vind ik een geweldig ding. Je kunt je toestel erop vastklikken met een magneet. Het domme is nu dat ik gisteren ineens de magneet kwijt was! Doordat ik de camera af en toe draaide, was hij kennelijk losgeraakt. Gelukkig zat er nog een in mijn tas. Later gebeurde het nota bene nog een keer. Toen hoorde ik hem vallen. Wat een toestand! Ik mag wel wat beter op mijn spullen letten.
De pluizige rand van de spekzwoerdzwam vind ik zo prachtig. Dat zag ik pas door de lens.
Vlak voor de ingang naar het stukje met de drie vennen vond ik deze stekeltrilzwam (Pseudohydnum gelatinosum). Stekels! Dat zijn bijzondere soorten. Dit exempaar was al vrij groot. Zijn bovenkant leek sprekend op een judasoor. Later zag ik ze nog een keer, alleen nu veel jonger. Helaas zijn die foto's mislukt. Deze soort is vrij algemeen maar wel kwetsbaar en staat op de rode lijst (soortenbank).
Even inzoomen op de stekels.
Tot slot nog een paarse knoopzwam (Ascocoryne sarcoides). Als er zoveel is te zien (want dit is natuurlijk niet alles) dan kan ik niet meer stoppen. Maar je wordt toch moe en voor een goede foto heb je concentratie en geduld nodig. Bovendien voel je het ook wel als je voor de zoveelste keer een kniebuiging hebt gemaakt en wat wankel overeind begint te komen. Dan is het echt tijd om naar huis te gaan.
Afgelopen maandag vond ik trouwens een teek - op mijn ooglid nota bene! Er is me niets van overkomen, maar het was wel een goede waarschuwing. Ik controleer(de) mezelf nooit op teken na een middagje in het bos. Gisteren zag ik door de lens ook nog een teek voorbij marcheren. Ik heb mijn lesje nu geleerd.
Terwijl ik her en der in het bos geknield zat, liepen er hordes families met jonge kinderen voorbij. Meerdere malen hoorde ik uit de verte: "Papa, wat doet die meneer daar?...". Gelukkig zien ze nog wel dat ik een foto aan het maken ben. Ik doe dan net alsof ik heel goed bezig ben, al geneer me wel een beetje.... maar dat mag de pret niet drukken.
De pittenzak vind ik een geweldig ding. Je kunt je toestel erop vastklikken met een magneet. Het domme is nu dat ik gisteren ineens de magneet kwijt was! Doordat ik de camera af en toe draaide, was hij kennelijk losgeraakt. Gelukkig zat er nog een in mijn tas. Later gebeurde het nota bene nog een keer. Toen hoorde ik hem vallen. Wat een toestand! Ik mag wel wat beter op mijn spullen letten.
Vlak voor de ingang naar het stukje met de drie vennen vond ik deze stekeltrilzwam (Pseudohydnum gelatinosum). Stekels! Dat zijn bijzondere soorten. Dit exempaar was al vrij groot. Zijn bovenkant leek sprekend op een judasoor. Later zag ik ze nog een keer, alleen nu veel jonger. Helaas zijn die foto's mislukt. Deze soort is vrij algemeen maar wel kwetsbaar en staat op de rode lijst (soortenbank).
![]() |
Afgelopen maandag vond ik trouwens een teek - op mijn ooglid nota bene! Er is me niets van overkomen, maar het was wel een goede waarschuwing. Ik controleer(de) mezelf nooit op teken na een middagje in het bos. Gisteren zag ik door de lens ook nog een teek voorbij marcheren. Ik heb mijn lesje nu geleerd.
zondag 14 oktober 2012
Meer paddenstoelen
Dit is mijn vondst van vandaag: een paardenhaartaailing (Marasmius androsaceus). Het hoedje wordt hooguit een centimeter in diameter. De steel is bruinzwart tot zwart, draaddun, lang, buigzaam en glanzend - zoals een paardenhaar. En deze groeide in het hoedje van een eikel.
Bij veel paddenstoelenfoto's gebruik ik een pittenzak waar je je toestel aan vast kunt klikken. Hij hoort in mijn fototas te zitten, maar vandaag kon ik hem nergens vinden. Ik vrees dat hij ergens in het bos is achtergebleven... of ik heb hem - verstrooid als ik tegenwoordig ben - op een rare plek gelegd... Bij de paddenstoelen die ik vorige week het laatst had gefotografeerd lag hij niet (meer). Het was wel behelpen zonder. Het is een handig ding.
Een oranje dwergmycena (Mycena acicula). Beetje gehavend. Stond in zijn eentje op een stronk.
Schuilen achter een stukje schors. Lijkt me ook een mycena.
Evenals deze, groeiend op een los takje. Ik vind de kleurschakeringen in zijn hoedje mooi.
Groot waren ze (nog) niet. Ik gok dat dit kleine oorzwammetjes zijn (Pleurotellus chioneus) omdat ze toch iets lijken te verkleuren en waarschijnlijk op een takje van een loofboom zaten.
Niet helemaal gelukt - te weinig dof en ook nog iets bewogen. Het viel me vandaag pas op hoe mooi de vorm van een opengebarsten bovist kan zijn met die structuur op de buitenkant. Een volgende keer nog maar eens proberen.
Tot besluit een vliegenzwam (Amanita muscaria) . Die staan hier nu in grote groepen bijeen. Ik kan me niet herinneren er ooit zoveel te hebben gezien en ze lijken me ook erg groot. Deze zag ik vandaag.
Dit groepje stond er vorige week al, elke paddenstoel in een anders stadium. Ze stonden er nog, al iets minder rood. Een paddenstoel gaat niet zo heel lang mee.
Hopelijk gaat dit paddenstoelenseizoen nog lang duren. Ik heb er echt schik in.
Bij veel paddenstoelenfoto's gebruik ik een pittenzak waar je je toestel aan vast kunt klikken. Hij hoort in mijn fototas te zitten, maar vandaag kon ik hem nergens vinden. Ik vrees dat hij ergens in het bos is achtergebleven... of ik heb hem - verstrooid als ik tegenwoordig ben - op een rare plek gelegd... Bij de paddenstoelen die ik vorige week het laatst had gefotografeerd lag hij niet (meer). Het was wel behelpen zonder. Het is een handig ding.
Een oranje dwergmycena (Mycena acicula). Beetje gehavend. Stond in zijn eentje op een stronk.
Schuilen achter een stukje schors. Lijkt me ook een mycena.
Evenals deze, groeiend op een los takje. Ik vind de kleurschakeringen in zijn hoedje mooi.
Groot waren ze (nog) niet. Ik gok dat dit kleine oorzwammetjes zijn (Pleurotellus chioneus) omdat ze toch iets lijken te verkleuren en waarschijnlijk op een takje van een loofboom zaten.
Niet helemaal gelukt - te weinig dof en ook nog iets bewogen. Het viel me vandaag pas op hoe mooi de vorm van een opengebarsten bovist kan zijn met die structuur op de buitenkant. Een volgende keer nog maar eens proberen.
Tot besluit een vliegenzwam (Amanita muscaria) . Die staan hier nu in grote groepen bijeen. Ik kan me niet herinneren er ooit zoveel te hebben gezien en ze lijken me ook erg groot. Deze zag ik vandaag.
Dit groepje stond er vorige week al, elke paddenstoel in een anders stadium. Ze stonden er nog, al iets minder rood. Een paddenstoel gaat niet zo heel lang mee.
Hopelijk gaat dit paddenstoelenseizoen nog lang duren. Ik heb er echt schik in.
maandag 8 oktober 2012
Plaatjes
Laat ik beginnen met dit inktzwammetje. Alsof hij nodig naar de kapper moet.
Hier is sprake van een ware paddenstoelenexplosie en we hebben het met de excursies geweldig getroffen. Gisteren was de derde en laatste keer en nu moeten we zelf verder puzzelen. Ik heb veel geleerd en heb gezien dat het ook voor kenners geen makkie is. Het beste kun je een paddenstoel ter plekke determineren of je moet een exemplaar mee naar huis nemen. Ik ben al blij wanneer ik de grote lijn een beetje kan zien. Zo weet ik niet welke inktzwam dit is, maar zie wel dát het er eentje kan zijn. Wat heeft hij een mooi geplooid hoedje. Ik ga er eens beter op letten.
Tussen de oude bladeren stond dit eikenbladzwammetje (Collybia dryophila). Het een collybia. Een kenmerk van deze soort is dat ze rubberachtig aanvoelen. Het hoedje is ongeveer vijf centimeter in diameter en zijn pootje is bruinig. Hij schijnt te ruiken naar vers zaagsel. Het ruiken van een speciale geur bij paddenstoelen vind ik erg lastig. Je moet een geur benoemen zonder voorkennis en die geur zit verstopt tussen de geur van paddenstoel (mijn ervaring). Als dan iemand roept: 'Ik ruik een geschilde aardappel' dan ruikt iedereen het opeens. Maar kom er maar eens op. Zo zijn er paddenstoelen die ruiken naar meel (hoe ruikt meel?), radijs, anijs of zelfs een asbak. Kortom, er is veel te beleven aan paddenstoelen.
Met een spiegeltje even de onderkant bekijken... Het schijnt dat tussen de lamellen kleine kortschildkevers kunnen leven die zich laten vallen als je de hoed schudt. Hier zie ik niets, maar het is een leuk weetje.
Paddenstoelen die vaak herkenbaar zijn aan hun witte steel, heldere plaatjes en fraaie kleuren zijn de russula's. Een kenmerk is dat ze brokkelig breekbaar zijn. Soms moet je ze toch opofferen om te weten wat het is. Als er veel staan is dat niet zo erg. Hier werd ik op het verkeerde been gezet, want ik dacht hier een trechterzwam te zien. En zijn steel is nou ook weer niet zó wit.... Thuisgekomen kwam ik toch uit op een russula, waarschijnlijk de geelwitte (Russula ochroleuca). En ik heb hem ook nog maar even geproefd... mild! Eigenlijk proefde ik niet zoveel. Dat betekent dat het zeker geen beukenrussula of zonnerussula was. Want die smaken scherp.
Eentje die heel scherp smaakt is deze braakrussula ((Russula emetica). Je kunt gerust een heel klein stukje proeven. Daarna is een slokje water om te blussen wel fijn. Doorslikken is nooit een goed idee. Beter niet.
Tot slot nog iets heel anders. Deze ontdekte ik op een erg vermolmd stammetje waar ik af en toe speur naar mycena's en ander klein spul. Ik had ze nog nooit gezien. Het is een slijmzwam. Het is het (een?) rossig buiskussen (Tubulifera arachnoidea). Het bijzondere van een slijmzwam is dat de cellen waaruit deze structuur bestaat als amoeben leven en samenkomen om sporen te vormen. Gisteren heb ik nog even gekeken, maar kon ze niet terugvinden. Wellicht was het werk al gedaan en ging ieder zijns weegs... Soms hangt de natuur zijn eigen slingers op!
Ik heb nog veel meer paddenstoelen. Er is een wereld (nog verder) opengegaan.
Hier is sprake van een ware paddenstoelenexplosie en we hebben het met de excursies geweldig getroffen. Gisteren was de derde en laatste keer en nu moeten we zelf verder puzzelen. Ik heb veel geleerd en heb gezien dat het ook voor kenners geen makkie is. Het beste kun je een paddenstoel ter plekke determineren of je moet een exemplaar mee naar huis nemen. Ik ben al blij wanneer ik de grote lijn een beetje kan zien. Zo weet ik niet welke inktzwam dit is, maar zie wel dát het er eentje kan zijn. Wat heeft hij een mooi geplooid hoedje. Ik ga er eens beter op letten.
Tussen de oude bladeren stond dit eikenbladzwammetje (Collybia dryophila). Het een collybia. Een kenmerk van deze soort is dat ze rubberachtig aanvoelen. Het hoedje is ongeveer vijf centimeter in diameter en zijn pootje is bruinig. Hij schijnt te ruiken naar vers zaagsel. Het ruiken van een speciale geur bij paddenstoelen vind ik erg lastig. Je moet een geur benoemen zonder voorkennis en die geur zit verstopt tussen de geur van paddenstoel (mijn ervaring). Als dan iemand roept: 'Ik ruik een geschilde aardappel' dan ruikt iedereen het opeens. Maar kom er maar eens op. Zo zijn er paddenstoelen die ruiken naar meel (hoe ruikt meel?), radijs, anijs of zelfs een asbak. Kortom, er is veel te beleven aan paddenstoelen.
Met een spiegeltje even de onderkant bekijken... Het schijnt dat tussen de lamellen kleine kortschildkevers kunnen leven die zich laten vallen als je de hoed schudt. Hier zie ik niets, maar het is een leuk weetje.
Paddenstoelen die vaak herkenbaar zijn aan hun witte steel, heldere plaatjes en fraaie kleuren zijn de russula's. Een kenmerk is dat ze brokkelig breekbaar zijn. Soms moet je ze toch opofferen om te weten wat het is. Als er veel staan is dat niet zo erg. Hier werd ik op het verkeerde been gezet, want ik dacht hier een trechterzwam te zien. En zijn steel is nou ook weer niet zó wit.... Thuisgekomen kwam ik toch uit op een russula, waarschijnlijk de geelwitte (Russula ochroleuca). En ik heb hem ook nog maar even geproefd... mild! Eigenlijk proefde ik niet zoveel. Dat betekent dat het zeker geen beukenrussula of zonnerussula was. Want die smaken scherp.
Eentje die heel scherp smaakt is deze braakrussula ((Russula emetica). Je kunt gerust een heel klein stukje proeven. Daarna is een slokje water om te blussen wel fijn. Doorslikken is nooit een goed idee. Beter niet.
Tot slot nog iets heel anders. Deze ontdekte ik op een erg vermolmd stammetje waar ik af en toe speur naar mycena's en ander klein spul. Ik had ze nog nooit gezien. Het is een slijmzwam. Het is het (een?) rossig buiskussen (Tubulifera arachnoidea). Het bijzondere van een slijmzwam is dat de cellen waaruit deze structuur bestaat als amoeben leven en samenkomen om sporen te vormen. Gisteren heb ik nog even gekeken, maar kon ze niet terugvinden. Wellicht was het werk al gedaan en ging ieder zijns weegs... Soms hangt de natuur zijn eigen slingers op!
Ik heb nog veel meer paddenstoelen. Er is een wereld (nog verder) opengegaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)


















































