... aan zijn naam kwam. Het 'hoe' weet ik niet, maar misschien zag de naamgever wel hetzelfde als ik. Eigenlijk dacht ik dat dit een vlamhoed was. Thuis kwam ik uit op een honingzwam en dat vond ik wel grappig, want ik kreeg ontzettend honger van dit plaatje. Het bos stond gisteren trouwens helemaal vól met honingzwammen. Waar je ook keek: dikke bundels.
Paddenstoel, inderdaad. Alleen is in dit geval de pad een vlieg.
Dit is een amethistzwam. Hij behoort tot de fopzwammen die grove plaatjes hebben.
Een eindje verderop vond ik er nog een - maar dan met een lichte bovenkant.
Deze bekerzwammetjes stonden op een vrij kale vlakte en het is een wonder dat mijn oog erop viel. Het was nog een toer om er een nette foto van te maken omdat de zon er net bij kwam en ik ook nog een schaduw moest creëren. Ze waren misschien 1-2 centimeter in doorsnede. Door de lens en op de foto lijkt alles veel groter dan het is en dat maakt dat ik zelf later soms het verkeerde beeld heb. Welke soort het is durf ik niet te zeggen.
Ook heb ik me gestort op de geweizwammetjes (figuurlijk dan... en letterlijk waar ik het niet doorhad....). Zij stonden er ook bij bosjes. Ik wilde een mosje wegplukken (die komen straks weer aan de beurt!) toen er een wolk wit poeder loskwam. Ik vind ze prachtig met hun armen wild in de lucht.
Vaak plakt er ook nog ergens een druppeltje aan.
Aan het einde van mijn ronde kwam ik er ineens achter hoe je een prachtige vurige achtergrond kunt krijgen bij deze tere paddenstoeltjes. De camera zag de kleuren anders dan ik en zo werd de warmbruine achtergrond, gevormd door honingzwammen, nog veel warmer. Het 'kijken met de ogen van de camera' geldt ook voor kleur. Dat me dat nog nooit eerder was opgevallen! Iets om beter op te letten en meer mee te spelen. De puf om er veel werk van te maken was er echter niet meer.
Het bovenste plaatje is in werkelijkheid ook minder rood. Al maakt het ook wel uit op welk scherm je het bekijkt. Afijn... het vriest nu 's nachts en ik vraag me af hoeveel paddenstoelen er volgende week nog staan. Deze maand heb ik er in ieder geval van genoten. Het is prachtig spul en het groeit werkelijk overal op.
zondag 28 oktober 2012
zondag 21 oktober 2012
Ouderwets genieten
Vrijdagmiddag vlak voor zessen kon ik nog net een nieuwe pittenzak bemachtigen. Ik stond helemaal op scherp voor de paddenstoelen. Om weer eens te kijken in een echt bos, reed ik gisteren naar Drouwen (Boomkroonpad) en volgde de paarse paaltjesroute (heide en vennen). Al met al heb ik vijf uur gedaan over een paar kilometer. Het bos was voldoende open om het licht door te laten en er lag veel dood en vermolmd hout. Voortdurend liep ik van het pad af. Dat een spekzwoerdzwam (Merulius tremellosus) zo mooi was wist ik niet. Deze foto is een echte macro want de structuurtjes zijn klein. Mijn dag was alweer goed!
Terwijl ik her en der in het bos geknield zat, liepen er hordes families met jonge kinderen voorbij. Meerdere malen hoorde ik uit de verte: "Papa, wat doet die meneer daar?...". Gelukkig zien ze nog wel dat ik een foto aan het maken ben. Ik doe dan net alsof ik heel goed bezig ben, al geneer me wel een beetje.... maar dat mag de pret niet drukken.
De pittenzak vind ik een geweldig ding. Je kunt je toestel erop vastklikken met een magneet. Het domme is nu dat ik gisteren ineens de magneet kwijt was! Doordat ik de camera af en toe draaide, was hij kennelijk losgeraakt. Gelukkig zat er nog een in mijn tas. Later gebeurde het nota bene nog een keer. Toen hoorde ik hem vallen. Wat een toestand! Ik mag wel wat beter op mijn spullen letten.
De pluizige rand van de spekzwoerdzwam vind ik zo prachtig. Dat zag ik pas door de lens.
Vlak voor de ingang naar het stukje met de drie vennen vond ik deze stekeltrilzwam (Pseudohydnum gelatinosum). Stekels! Dat zijn bijzondere soorten. Dit exempaar was al vrij groot. Zijn bovenkant leek sprekend op een judasoor. Later zag ik ze nog een keer, alleen nu veel jonger. Helaas zijn die foto's mislukt. Deze soort is vrij algemeen maar wel kwetsbaar en staat op de rode lijst (soortenbank).
Even inzoomen op de stekels.
Tot slot nog een paarse knoopzwam (Ascocoryne sarcoides). Als er zoveel is te zien (want dit is natuurlijk niet alles) dan kan ik niet meer stoppen. Maar je wordt toch moe en voor een goede foto heb je concentratie en geduld nodig. Bovendien voel je het ook wel als je voor de zoveelste keer een kniebuiging hebt gemaakt en wat wankel overeind begint te komen. Dan is het echt tijd om naar huis te gaan.
Afgelopen maandag vond ik trouwens een teek - op mijn ooglid nota bene! Er is me niets van overkomen, maar het was wel een goede waarschuwing. Ik controleer(de) mezelf nooit op teken na een middagje in het bos. Gisteren zag ik door de lens ook nog een teek voorbij marcheren. Ik heb mijn lesje nu geleerd.
Terwijl ik her en der in het bos geknield zat, liepen er hordes families met jonge kinderen voorbij. Meerdere malen hoorde ik uit de verte: "Papa, wat doet die meneer daar?...". Gelukkig zien ze nog wel dat ik een foto aan het maken ben. Ik doe dan net alsof ik heel goed bezig ben, al geneer me wel een beetje.... maar dat mag de pret niet drukken.
De pittenzak vind ik een geweldig ding. Je kunt je toestel erop vastklikken met een magneet. Het domme is nu dat ik gisteren ineens de magneet kwijt was! Doordat ik de camera af en toe draaide, was hij kennelijk losgeraakt. Gelukkig zat er nog een in mijn tas. Later gebeurde het nota bene nog een keer. Toen hoorde ik hem vallen. Wat een toestand! Ik mag wel wat beter op mijn spullen letten.
Vlak voor de ingang naar het stukje met de drie vennen vond ik deze stekeltrilzwam (Pseudohydnum gelatinosum). Stekels! Dat zijn bijzondere soorten. Dit exempaar was al vrij groot. Zijn bovenkant leek sprekend op een judasoor. Later zag ik ze nog een keer, alleen nu veel jonger. Helaas zijn die foto's mislukt. Deze soort is vrij algemeen maar wel kwetsbaar en staat op de rode lijst (soortenbank).
![]() |
Afgelopen maandag vond ik trouwens een teek - op mijn ooglid nota bene! Er is me niets van overkomen, maar het was wel een goede waarschuwing. Ik controleer(de) mezelf nooit op teken na een middagje in het bos. Gisteren zag ik door de lens ook nog een teek voorbij marcheren. Ik heb mijn lesje nu geleerd.
zondag 14 oktober 2012
Meer paddenstoelen
Dit is mijn vondst van vandaag: een paardenhaartaailing (Marasmius androsaceus). Het hoedje wordt hooguit een centimeter in diameter. De steel is bruinzwart tot zwart, draaddun, lang, buigzaam en glanzend - zoals een paardenhaar. En deze groeide in het hoedje van een eikel.
Bij veel paddenstoelenfoto's gebruik ik een pittenzak waar je je toestel aan vast kunt klikken. Hij hoort in mijn fototas te zitten, maar vandaag kon ik hem nergens vinden. Ik vrees dat hij ergens in het bos is achtergebleven... of ik heb hem - verstrooid als ik tegenwoordig ben - op een rare plek gelegd... Bij de paddenstoelen die ik vorige week het laatst had gefotografeerd lag hij niet (meer). Het was wel behelpen zonder. Het is een handig ding.
Een oranje dwergmycena (Mycena acicula). Beetje gehavend. Stond in zijn eentje op een stronk.
Schuilen achter een stukje schors. Lijkt me ook een mycena.
Evenals deze, groeiend op een los takje. Ik vind de kleurschakeringen in zijn hoedje mooi.
Groot waren ze (nog) niet. Ik gok dat dit kleine oorzwammetjes zijn (Pleurotellus chioneus) omdat ze toch iets lijken te verkleuren en waarschijnlijk op een takje van een loofboom zaten.
Niet helemaal gelukt - te weinig dof en ook nog iets bewogen. Het viel me vandaag pas op hoe mooi de vorm van een opengebarsten bovist kan zijn met die structuur op de buitenkant. Een volgende keer nog maar eens proberen.
Tot besluit een vliegenzwam (Amanita muscaria) . Die staan hier nu in grote groepen bijeen. Ik kan me niet herinneren er ooit zoveel te hebben gezien en ze lijken me ook erg groot. Deze zag ik vandaag.
Dit groepje stond er vorige week al, elke paddenstoel in een anders stadium. Ze stonden er nog, al iets minder rood. Een paddenstoel gaat niet zo heel lang mee.
Hopelijk gaat dit paddenstoelenseizoen nog lang duren. Ik heb er echt schik in.
Bij veel paddenstoelenfoto's gebruik ik een pittenzak waar je je toestel aan vast kunt klikken. Hij hoort in mijn fototas te zitten, maar vandaag kon ik hem nergens vinden. Ik vrees dat hij ergens in het bos is achtergebleven... of ik heb hem - verstrooid als ik tegenwoordig ben - op een rare plek gelegd... Bij de paddenstoelen die ik vorige week het laatst had gefotografeerd lag hij niet (meer). Het was wel behelpen zonder. Het is een handig ding.
Een oranje dwergmycena (Mycena acicula). Beetje gehavend. Stond in zijn eentje op een stronk.
Schuilen achter een stukje schors. Lijkt me ook een mycena.
Evenals deze, groeiend op een los takje. Ik vind de kleurschakeringen in zijn hoedje mooi.
Groot waren ze (nog) niet. Ik gok dat dit kleine oorzwammetjes zijn (Pleurotellus chioneus) omdat ze toch iets lijken te verkleuren en waarschijnlijk op een takje van een loofboom zaten.
Niet helemaal gelukt - te weinig dof en ook nog iets bewogen. Het viel me vandaag pas op hoe mooi de vorm van een opengebarsten bovist kan zijn met die structuur op de buitenkant. Een volgende keer nog maar eens proberen.
Tot besluit een vliegenzwam (Amanita muscaria) . Die staan hier nu in grote groepen bijeen. Ik kan me niet herinneren er ooit zoveel te hebben gezien en ze lijken me ook erg groot. Deze zag ik vandaag.
Dit groepje stond er vorige week al, elke paddenstoel in een anders stadium. Ze stonden er nog, al iets minder rood. Een paddenstoel gaat niet zo heel lang mee.
Hopelijk gaat dit paddenstoelenseizoen nog lang duren. Ik heb er echt schik in.
maandag 8 oktober 2012
Plaatjes
Laat ik beginnen met dit inktzwammetje. Alsof hij nodig naar de kapper moet.
Hier is sprake van een ware paddenstoelenexplosie en we hebben het met de excursies geweldig getroffen. Gisteren was de derde en laatste keer en nu moeten we zelf verder puzzelen. Ik heb veel geleerd en heb gezien dat het ook voor kenners geen makkie is. Het beste kun je een paddenstoel ter plekke determineren of je moet een exemplaar mee naar huis nemen. Ik ben al blij wanneer ik de grote lijn een beetje kan zien. Zo weet ik niet welke inktzwam dit is, maar zie wel dát het er eentje kan zijn. Wat heeft hij een mooi geplooid hoedje. Ik ga er eens beter op letten.
Tussen de oude bladeren stond dit eikenbladzwammetje (Collybia dryophila). Het een collybia. Een kenmerk van deze soort is dat ze rubberachtig aanvoelen. Het hoedje is ongeveer vijf centimeter in diameter en zijn pootje is bruinig. Hij schijnt te ruiken naar vers zaagsel. Het ruiken van een speciale geur bij paddenstoelen vind ik erg lastig. Je moet een geur benoemen zonder voorkennis en die geur zit verstopt tussen de geur van paddenstoel (mijn ervaring). Als dan iemand roept: 'Ik ruik een geschilde aardappel' dan ruikt iedereen het opeens. Maar kom er maar eens op. Zo zijn er paddenstoelen die ruiken naar meel (hoe ruikt meel?), radijs, anijs of zelfs een asbak. Kortom, er is veel te beleven aan paddenstoelen.
Met een spiegeltje even de onderkant bekijken... Het schijnt dat tussen de lamellen kleine kortschildkevers kunnen leven die zich laten vallen als je de hoed schudt. Hier zie ik niets, maar het is een leuk weetje.
Paddenstoelen die vaak herkenbaar zijn aan hun witte steel, heldere plaatjes en fraaie kleuren zijn de russula's. Een kenmerk is dat ze brokkelig breekbaar zijn. Soms moet je ze toch opofferen om te weten wat het is. Als er veel staan is dat niet zo erg. Hier werd ik op het verkeerde been gezet, want ik dacht hier een trechterzwam te zien. En zijn steel is nou ook weer niet zó wit.... Thuisgekomen kwam ik toch uit op een russula, waarschijnlijk de geelwitte (Russula ochroleuca). En ik heb hem ook nog maar even geproefd... mild! Eigenlijk proefde ik niet zoveel. Dat betekent dat het zeker geen beukenrussula of zonnerussula was. Want die smaken scherp.
Eentje die heel scherp smaakt is deze braakrussula ((Russula emetica). Je kunt gerust een heel klein stukje proeven. Daarna is een slokje water om te blussen wel fijn. Doorslikken is nooit een goed idee. Beter niet.
Tot slot nog iets heel anders. Deze ontdekte ik op een erg vermolmd stammetje waar ik af en toe speur naar mycena's en ander klein spul. Ik had ze nog nooit gezien. Het is een slijmzwam. Het is het (een?) rossig buiskussen (Tubulifera arachnoidea). Het bijzondere van een slijmzwam is dat de cellen waaruit deze structuur bestaat als amoeben leven en samenkomen om sporen te vormen. Gisteren heb ik nog even gekeken, maar kon ze niet terugvinden. Wellicht was het werk al gedaan en ging ieder zijns weegs... Soms hangt de natuur zijn eigen slingers op!
Ik heb nog veel meer paddenstoelen. Er is een wereld (nog verder) opengegaan.
Hier is sprake van een ware paddenstoelenexplosie en we hebben het met de excursies geweldig getroffen. Gisteren was de derde en laatste keer en nu moeten we zelf verder puzzelen. Ik heb veel geleerd en heb gezien dat het ook voor kenners geen makkie is. Het beste kun je een paddenstoel ter plekke determineren of je moet een exemplaar mee naar huis nemen. Ik ben al blij wanneer ik de grote lijn een beetje kan zien. Zo weet ik niet welke inktzwam dit is, maar zie wel dát het er eentje kan zijn. Wat heeft hij een mooi geplooid hoedje. Ik ga er eens beter op letten.
Tussen de oude bladeren stond dit eikenbladzwammetje (Collybia dryophila). Het een collybia. Een kenmerk van deze soort is dat ze rubberachtig aanvoelen. Het hoedje is ongeveer vijf centimeter in diameter en zijn pootje is bruinig. Hij schijnt te ruiken naar vers zaagsel. Het ruiken van een speciale geur bij paddenstoelen vind ik erg lastig. Je moet een geur benoemen zonder voorkennis en die geur zit verstopt tussen de geur van paddenstoel (mijn ervaring). Als dan iemand roept: 'Ik ruik een geschilde aardappel' dan ruikt iedereen het opeens. Maar kom er maar eens op. Zo zijn er paddenstoelen die ruiken naar meel (hoe ruikt meel?), radijs, anijs of zelfs een asbak. Kortom, er is veel te beleven aan paddenstoelen.
Met een spiegeltje even de onderkant bekijken... Het schijnt dat tussen de lamellen kleine kortschildkevers kunnen leven die zich laten vallen als je de hoed schudt. Hier zie ik niets, maar het is een leuk weetje.
Paddenstoelen die vaak herkenbaar zijn aan hun witte steel, heldere plaatjes en fraaie kleuren zijn de russula's. Een kenmerk is dat ze brokkelig breekbaar zijn. Soms moet je ze toch opofferen om te weten wat het is. Als er veel staan is dat niet zo erg. Hier werd ik op het verkeerde been gezet, want ik dacht hier een trechterzwam te zien. En zijn steel is nou ook weer niet zó wit.... Thuisgekomen kwam ik toch uit op een russula, waarschijnlijk de geelwitte (Russula ochroleuca). En ik heb hem ook nog maar even geproefd... mild! Eigenlijk proefde ik niet zoveel. Dat betekent dat het zeker geen beukenrussula of zonnerussula was. Want die smaken scherp.
Eentje die heel scherp smaakt is deze braakrussula ((Russula emetica). Je kunt gerust een heel klein stukje proeven. Daarna is een slokje water om te blussen wel fijn. Doorslikken is nooit een goed idee. Beter niet.
Tot slot nog iets heel anders. Deze ontdekte ik op een erg vermolmd stammetje waar ik af en toe speur naar mycena's en ander klein spul. Ik had ze nog nooit gezien. Het is een slijmzwam. Het is het (een?) rossig buiskussen (Tubulifera arachnoidea). Het bijzondere van een slijmzwam is dat de cellen waaruit deze structuur bestaat als amoeben leven en samenkomen om sporen te vormen. Gisteren heb ik nog even gekeken, maar kon ze niet terugvinden. Wellicht was het werk al gedaan en ging ieder zijns weegs... Soms hangt de natuur zijn eigen slingers op!
Ik heb nog veel meer paddenstoelen. Er is een wereld (nog verder) opengegaan.
zondag 30 september 2012
Paddenstoelencursus

Geïnspireerd door een aantal bloggers die veel over de natuur weten te vertellen, ben ik lid geworden van de IVN. Momenteel volg ik een paddenstoelencursus bij de lokale afdeling en geniet met volle teugen. Op onze eerste excursiemiddag zagen we deze mooie grote bloedsteelmycena. Naast de helmmycena (grijs hoedje, komt veel voor), is dit een goed herkenbare soort. Als je hem kneust komt er rood vocht tevoorschijn.
Bij het determineren van paddenstoelen is een spiegeltje handig om onder de hoed te kunnen spieken. Daarnaast is voelen, kneuzen, ruiken en ook proeven (voorzichtig) nodig om de soort op naam te brengen. Dat proeven vind ik wel griezelig, moet ik zeggen. Tot voor kort raakte ik ze niet eens aan. Een gewoonte die er in de kindertijd is ingestampt en onbewust doorwerkte. Voor kinderen heel verstandig want de dodelijke soorten staan echt overal.
Deze werd gevonden bij het omkeren van een vermolmde stam. De steel van deze mycena is gestreept; een duidelijk kenmerk van de streepsteelmycena. Op de tweede foto zijn de streepjes duidelijker te zien. De hoedjes zijn nog niet open. Ik hoop ze nog eens in volle glorie te zien.
Paddenstoelen kunnen parasitair zijn. Hier is een (opengebarsten) aardappelbovist te zien waar een aantal kostgangersboleten op groeit.
Ook deze vind ik heel bijzonder. Het is de rupsendoder die groeit op poppen of rupsen. Hij is zo groot als een flinke lucifer en waarschijnlijk groeien dit drietal uit dezelfde pop of rups. Ik denk niet dat ik hem zelf als paddenstoel had herkend en toch is hij vrij algemeen.
Gaan we verder met moederkoren in een grasaar. Dit moet je weten om te herkennen. Zelfs als ik een foto van gras had gemaakt had ik hier geen paddenstoel in gezien. Het is het zwarte dingetje wat in de aar groeit. Graan waar moederkoren in zit is giftig.
Vrijdagavond had ik zo het heen en weer dat ik nog even snel het bos in ben gegaan. Het kon nog net een uurtje. Op een vermolmde boomstam vond ik een aantal kleine mycena's. De geur van zo'n boomstam en dan zo'n paddenstoeltje... ik kan daar zo van genieten. Mycena's vind ik erg mooi. Vooral de kleine doorschijnende soorten. Ik denk dat dit een chloormycena is. Hij ruikt een beetje naar chloor als je hem kneust.
Eigenlijk was het te donker. Echt scherp kreeg ik het niet maar ik vind het sfeertje mooi.
Daar waar nog wel voldoende licht was stond deze flamboyante gele amaniet te pronken.
Er stond er meer dan één. De velumresten op de hoed zijn bruin verkleurd.
Vanmiddag was de tweede excursie. Als je denkt dat je al wat weet dan blijkt ineens weer alles op elkaar te lijken. Alles is bruin met plaatjes... Maar toch, ik vind het net schatzoeken. En het was ook nog eens fantastisch weer.
zondag 9 september 2012
Close
Meestal moet je juist je best doen om dichtbij te komen... Deze libel pakte het anders aan plofte pardoes op mijn shirt. Zo dichtbij dat ik er nooit een foto van zou kunnen maken. Tsja...
Hij zag mij niet als een bedreiging en streek vervolgens neer op mijn hand. Was het een jong nieuwsgierig exemplaar dat nog niet beter wist?
Of gewoon een waaghals...
Door de lens leek hij enorm en zo kon ik zijn kop goed bestuderen. Zijn mond zit verder naar onderen dan je (ik) zou denken. En nu zie ik ook allemaal details op zijn snuit.
Wikipedia zegt het volgende:
Het opvallendste aan de kop zijn de samengestelde ogen, die uit 10.000 tot 50.000 facetjes bestaan. Met deze ogen nemen libellen bewegingen waar, het bovenste gedeelte ziet scherp op afstand en het onderste dichtbij. Om licht en donker te kunnen onderscheiden heeft de libel nog drie enkelvoudige ogen. Hoogstwaarschijnlijk functioneren ze als een optisch evenwichtsorgaan. De vervorming van de antennes stelt de libel in staat snelheid te meten. Met de forse monddelen kan een libel hard bijten, maar ze steken niet, zoals wel vaak wordt beweerd.
Dit verklaart waarom hij zijn kop steeds opzij draaide - om beter van dichtbij te kunnen zien...
Hij was tenger met een rood achterlijf. Je kunt ook zien dat hij ook een hangsnor en zwart-gele poten heeft. Grote kans dat het de steenrode heidelibel is (Sympetrum vulgatum). Bovendien... het is zijn tijd.
Hij zag mij niet als een bedreiging en streek vervolgens neer op mijn hand. Was het een jong nieuwsgierig exemplaar dat nog niet beter wist?
Of gewoon een waaghals...
Door de lens leek hij enorm en zo kon ik zijn kop goed bestuderen. Zijn mond zit verder naar onderen dan je (ik) zou denken. En nu zie ik ook allemaal details op zijn snuit.
Wikipedia zegt het volgende:
Het opvallendste aan de kop zijn de samengestelde ogen, die uit 10.000 tot 50.000 facetjes bestaan. Met deze ogen nemen libellen bewegingen waar, het bovenste gedeelte ziet scherp op afstand en het onderste dichtbij. Om licht en donker te kunnen onderscheiden heeft de libel nog drie enkelvoudige ogen. Hoogstwaarschijnlijk functioneren ze als een optisch evenwichtsorgaan. De vervorming van de antennes stelt de libel in staat snelheid te meten. Met de forse monddelen kan een libel hard bijten, maar ze steken niet, zoals wel vaak wordt beweerd.
Dit verklaart waarom hij zijn kop steeds opzij draaide - om beter van dichtbij te kunnen zien...
Hij was tenger met een rood achterlijf. Je kunt ook zien dat hij ook een hangsnor en zwart-gele poten heeft. Grote kans dat het de steenrode heidelibel is (Sympetrum vulgatum). Bovendien... het is zijn tijd.
zaterdag 25 augustus 2012
Houtpantserjuffer
Terwijl ik dacht: 'Kan ik nog iets leuk maken van dit uitgebloeide vingerhoedskruid? Verder komt er toch niet veel voorbij....' ging deze houtpantserjuffer voor mijn lens zitten. Wat een toeval!
Zoals gewoonlijk had ik geen statief mee en moest alles vanuit een wiebelige houding. En zo heb ik mij een half uur vermaakt. Ze bleef zo stil zitten... Ik kon er helemaal onder kruipen en zelfs de plant vastpakken.
De kleurencombinaties van deze juffertjes zijn altijd zo prachtig. Ze heeft zelfs een beetje blauw op haar snuit.
Vanmiddag regende het af en toe flink. Vanuit huis zag ik een duif op een tak zitten. Ik kreeg waarachtig een beetje meelij met hem... Toen zag ik tot mijn verbazing hoe hij z'n best deed om de onderkant van z'n vleugels ook lekker nat te laten regenen. Hij stak eerst de ene hoog de lucht in, zijn lijf een beetje draaiend zodat het water er goed op viel. Toen kwam de andere vleugel aan de beurt. Is dit gewoon duivengedrag? Ik had het nog nooit gezien.
Zoals gewoonlijk had ik geen statief mee en moest alles vanuit een wiebelige houding. En zo heb ik mij een half uur vermaakt. Ze bleef zo stil zitten... Ik kon er helemaal onder kruipen en zelfs de plant vastpakken.
De kleurencombinaties van deze juffertjes zijn altijd zo prachtig. Ze heeft zelfs een beetje blauw op haar snuit.
Vanmiddag regende het af en toe flink. Vanuit huis zag ik een duif op een tak zitten. Ik kreeg waarachtig een beetje meelij met hem... Toen zag ik tot mijn verbazing hoe hij z'n best deed om de onderkant van z'n vleugels ook lekker nat te laten regenen. Hij stak eerst de ene hoog de lucht in, zijn lijf een beetje draaiend zodat het water er goed op viel. Toen kwam de andere vleugel aan de beurt. Is dit gewoon duivengedrag? Ik had het nog nooit gezien.
Abonneren op:
Posts (Atom)













































