Een dennenboompje in de dop (Pinus sylvestris). Terwijl ik meer informatie probeerde te vinden over de ontwikkeling, stuitte ik op een tekst van Jac. P. Thijsse en Eli Heimans: 'Hei en Dennen'. Als je begint te lezen leef je helemaal mee. Er spreekt zoveel liefde voor de natuur uit. Het voert je terug naar andere tijden en toch kun je er helemaal in meevoelen. Het dateert van juli 1897.
Het hele boekje mét illustraties, is op de site van het DBNL te lezen en als pdf te downloaden (link).
Maar goed, hoe zit het nu? In juni fotografeerde ik er ook een (onder). Het plantje hierboven is iets groter. Ook hier zit een deel van het zaadhuidje er nog op terwijl zich al een tweede rij naaldjes heeft gevormd. Op pagina 171 van 'Hei en dennen'staat een tekening van een kiemplantje van de grove den met daarbij onderstaande tekst:
' ...meestal slaan de dennen in 't voorjaar uit 't zaad op, maar gij kunt hier voor uw voeten zien, dat 't ook in Augustus gebeurt. Die groene plantjes met zes of zeven spichtige blaadjes aan hun top, die soms nog met hun punten vereenigd in 't zaadhuidje steken, dat zijn dennetjes, die pas ontkiemen. Die krijgen van de zomer nog een krans van lange getande, blaadjes tusschen die kiemblaadjes. De heele geschiedenis verdroogt in 't volgende jaar en dan ontwikkelen zich de eerste naaldparen.'
En hieronder kunt ge nog een ouder plantje aanschouwen. Zijn dit de eerste naaldparen met de verdroogde 'spichtige blaadjes'?
Dit boompje groeit op zijn beurt weer op een andere boom...
Het is zo stil in de natuur momenteel. Maar toen viel me in dat alles er natuurlijk wel is... alleen we zien het niet. Dat vond ik wel een mooie gedachte.


